Literatuur Buikpijn

Overzicht van publicaties met betrekking tot ACNES (Anterior Cutaneous Nerve Entrapment Syndrome): buikwandpijn ten gevolge van beknelde zenuwtakjes ter hoogte van de rechte buikspier.

 

Roumen RM, Scheltinga MR.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2006 Sep 2;150(35):1909-15.

Dit is feitelijk de eerste publicatie in de meest recente Nederlandse literatuur over dit onderwerp. In een zogenaamde “klinische les” beschrijven we hier een viertal patiënten met chronische buikpijn die blijkt te berusten op een beknelling van de eindtakjes van de buikwandzenuw (intercostaalzenuw). Opvallend in het verhaal van de beschreven patiënten is dat deze diagnose pas zeer laat herkend werd. Het betreft een verslag van onze eerste ervaringen. Dit artikel is mede de aanleiding voor het feit dat er een enorme aandacht voor ACNES ontstond en het is voor onszelf de start geweest van verschillende onderzoeken op dit gebied.

   

Boelens OB, Scheltinga MR, Houterman S, Roumen RM.

Ann Surg. 2011 Dec;254(6):1054-8.

In dit meest toonaangevende en prestigieuze chirurgische tijdschrift doen we verslag van de diagnostiek en behandeling van de eerste groep van 139 patiënten, die wij in de loop van de jaren 2002-2008 hebben behandeld. Op grond van de analyse van deze gegevens concluderen wij dat we 1 op de 3 patiënten goed kunnen helpen met lokale injecties en dat -indien we overgaan tot een operatie- ongeveer 2 van de 3 patiënten daar baat bij heeft. Deze conclusies waren voor ons aanleiding om deze gegevens verder in gecontroleerd onderzoek nader te bestuderen.

    

Scheltinga MR, Boelens OB, Tjon A Ten WE, Roumen, RM

J Pediatr Surg. 2011 Apr;46(4):699-703.

Een speciale groep vormen de kinderen met ACNES. Hierover bestond tot op heden maar heel weinig literatuur, hooguit af en toe een kleine “case report”. Chirurgische resultaten waren nog nooit beschreven. Wij rapporteren over onze succesvolle resultaten van de eerste 6 met een kleine chirurgische ingreep behandelde kinderen.

    

Boelens OB, Scheltinga MR, Houterman S, Roumen RM.

Br J Surg. 2013 Jan;100(2):217-21.

Om te onderzoeken wat de waarde is van lokaal toegediende injecties bij ACNES vroegen wij 48 patiënten met een dergelijk buikwandpijnbeeld voor deelname aan deze studie. De ene groep kreeg een injectie met een gewone zout-water oplossing en de andere groep een injectie met verdovingsmiddel (lidocaïne). Zowel de dokter als de patiënt wisten niet wat toegediend werd. De conclusie is dat het effect dat met de injecties wordt behaald niet toe te schrijven is aan het volume van de toegediende vloeistof zelf, noch de naald zoals bij accupunctuur of “dry needling” of ten gevolge van inbeelding (placebo), maar dat het gunstige effect berust op een zenuwgeleidingsblokkade door de lidocaïne.

    

Boelens OB, van Assen T, Houterman S, Scheltinga MR,  Roumen RM .

Ann Surg. 2013 May;257(5):845-9.

Om te bewijzen dat de door ons gepropageerde en voorgestelde operatie (een zogenaamde voorste neurectomie = het doorsnijden van de kleinere zenuwuiteinden ter plaatse van het rechte buikspierkapsel) zinvol is, werd deze bijzondere studie uitgevoerd. Na toestemming door de Medisch Ethische ToetsingsCommissie en uiteraard de gevraagde patiënten zelf, werd bij 22 mensen met ACNES een zogenaamde placebo operatie uitgevoerd. Bij hen werd, nadat de buikhuid en onderhuidse weefsels waren geopend, de zenuw niet doorgesneden. In de andere groep van 22 patiënten met ACNES werden de betrokken zenuwtakjes wel opgezocht en doorgeknipt. Zowel de patiënten als de controlerende dokter op de polikliniek (O. Boelens) wisten niet welke operatie was uitgevoerd. Na 6 weken werd definitief de balans opgemaakt en de pijn gescoord. Vier van de 22 patiënten uit de placebo groep waren tevreden en pijnvrij tegenover 16 van de 22 uit de groep die werkelijk een neurectomie hadden ondergaan. Dit verschil is zeer significant en bewijst daarmee definitief dat het doorknippen van zo’n zenuwtakje een zinvolle ingreep is. Het fraaie is dat deze gegevens goed overeenkomen met de eerdere studie, waarbij we reeds concludeerden dat het bij ongeveer 2 van de 3 patiënten zinvol is om deze operatie te doen.

    

Assen, Tv, Scheltinga MR, Roumen RM

Frontline Gastroenterology, 2012. 3(4): p. 288-294.

Omdat wij vaak hoorden van onze patiënten die later eigenlijk ACNES bleken te hebben, dat ze voorheen onder de diagnose: “functionele darmklachten” of  “spastische darmen” waren uitgeboekt, ontwikkelden wij een vragenlijst die deze beide aandoeningen kan onderscheiden. Deze uit 18 simpele vragen bestaande lijst kan handig gebruikt worden door bijvoorbeeld huisartsen of maag-darm-leverartsen bij de analyse van patiënten met chronische buikklachten.

   

Chronic abdominal wall pain misdiagnosed as functional abdominal pain in primary care.

Assen, Tv, Scheltinga MR, Roumen, RM

J Am Board Fam Med, in press.

De in de vorige studie ontwikkelde en getoetste 18-vragenlijst werd toegepast bij een groep patiënten die in de verschillende huisartsenpraktijken stonden uitgeboekt onder de diagnose “spastische darm” of “functionele buikklachten”. De betrokken huisartsen waren niet op de hoogte van het bestaan van de diagnose ACNES. Patiënten die volgens onze puntenlijst hoog scoorden werden in samenwerking met de huisartsen opgeroepen en opnieuw nagekeken. Uiteindelijk bleek dat bij ruim 3% van de patiënten die verdacht werden van het “prikkelbare darmsyndroom” in werkelijkheid sprake was van een buikwandpijnsyndroom of ACNES. Hoewel dit een klein aantal lijkt, dienen we ons te realiseren dat de diagnose “spastische darmen” in Nederland zeer frequent gesteld wordt en derhalve gaat het in absolute aantallen om grote groepen patiënten (tussen de 10 en 20 duizend) bij wie de diagnose ACNES in feite gemist of niet herkend wordt. Dit artikel is nu voor publicatie geaccepteerd.

 

 

Lopende studies en onderzoeken met betrekking tot ACNES.

 

Tijmen van Assen analyseert nu de lange termijn resultaten van de operatieve ingrepen. Hij zoekt onder andere uit hoe vaak klachten kunnen terugkomen, wat de oplossingsmogelijkheden dan zijn en wat de effecten zijn van een tweede operatie, zogenaamde achterste neurectomie. Daarnaast werkt hij aan een onderzoek om de zorgkosten die gemaakt worden ten gevolge van het niet onderkennen van de aandoening ACNES zijn. Wij inventariseren daarbij via een enquête de behandelingen, onderzoeken, ingrepen en dergelijke, die patiënten die naar ons instituut verwezen worden, hebben ondergaan.

Jenneke Kievit bestudeert momenteel de lange termijn resultaten van de behandelingen en diverse andere aspecten van ACNES bij kinderen.

Tenslotte evalueert O. Boelens de resultaten (werkzaamheid) van toevoeging van corticosteroïden bij de injecties die we zetten op de pijnlijke triggerpunten.

 

 

Overzicht van publicaties met betrekking tot LIESPIJN

 

Loos MJ, Roumen RM,  Scheltinga MR.

Hernia. 2007 Apr;11(2):169-73.

Ten eerste deden wij een evaluatie van ongeveer 2000 liesbreukpatiënten die in ons opleidingsziekenhuis waren geopereerd met ofwel een open liesoperatie waarbij een matje via de lies werd geplaatst (3/4 van de mensen) of met behulp van de zogenaamde kijkoperatietechniek (laparoscopie) (1/4 van de patiënten).

Uit deze gegevens blijkt dat de rond de 10% van de patiënten toch één of andere vorm van belastende pijn na een liesbreukcorrectie houdt, waarbij dit bij 2% van de totale groep als zeer ernstig wordt geclassificeerd. Een substantieel deel van deze laatste groep mensen heeft onder andere belangrijke beperkingen bij hun werk.

    

Loos MJ, Roumen, RM,  Scheltinga MR.

World J Surg. 2007 Sep;31(9):1760-5; discussion 1766-7.

Als gevolg op de eerste studie werden nu de patiënten met chronische pijn verder nagekeken en ingedeeld in type pijnsyndromen. Bij bijna 150 patiënten kon de volgende indeling worden vastgesteld: - de helft heeft een pijn die berust op een zenuwbeknelling, - één derde heeft een andere pijn zoals een overbelastingspijn op het schaambot, recidief liesbreuk en wat zeldzamere aandoeningen zoals slijmbeursontstekingen, - en bijna één kwart van de patiënten wordt gediagnosticeerd met een chronisch gevoelige zaadstreng. Het betrof hier immers veelal mannen die voor een liesbreuk waren geopereerd. Deze indeling maakt een gerichte behandeling voor chronische liespijn na liesbreukchirurgie mogelijk.

   

Loos MJ, Houterman S, Scheltinga MR, Roumen RM.

Hernia. 2008 Apr;12(2):147-51.

Uit de inventarisatie studies naar chronische pijn na liesbreukchirurgie kwam naar voren dat de pijn op verschillende manieren gescoord kan worden. In de literatuur wordt hiervoor een zogenaamde VAS schaal gebruikt (visual analogue scale) waarbij de betrokkene een cijfer geeft aan de pijn waarbij 0 géén pijn betekent en 100 een onhoudbare pijnscore. Een andere methode om de pijn te graderen kan gedaan worden met woorden, zoals bijvoorbeeld: ‘geen pijn’, milde pijn, matige pijn of ernstige pijn. Deze studie onderzochten wat de meest handzame en betrouwbare methode is om pijn na liesbreukchirurgie te classificeren. Wij kwamen tot de conclusie dat vooral de methode met de woorden eenvoudig en goed reproduceerbaar is.

 

A randomised controlled trial of injection therapy versus neurectomy for post-herniorrhaphy inguinal neuralgia: rationale and study design.

Loos MJ, Verhagen T, Scheltinga MR, Roumen, RM .

Hernia. 2010 Dec;14(6):593-7.

Hier beschrijven wij de studie-opzet, waarbij we uitzoeken wat de beste strategie van behandeling is voor chronische liespijn na eerdere liesbreukchirurgie met een uitwendig geplaatst matje. Ook deze studie is uiteraard goedgekeurd door de Medisch Ethische ToetsingsCommissie en er zijn twee behandelingsgroepen: a. 27 patiënten die met injecties worden behandeld (en daarna eventueel kunnen worden geopereerd) en b. 27 andere patiënten die meteen een neurectomie (zenuwdoorsnijding) krijgen.

De resultaten worden in 2013 verwacht en nader geanalyseerd en dan gepubliceerd.

    

Loos MJ, Scheltinga MR, Mulders LG, Roumen  RM. .

Obstet Gynecol. 2008 Apr;111(4):839-46.

Op basis van onze ervaringen, vooral bij mannen met pijn na eerdere liesbreukchirurgie, kwamen wij steeds meer in aanraking met vrouwelijke patiënten die een vergelijkbare pijn hadden, die bleek te berusten op zenuwbeknelling in de lies na een eerdere uitgevoerde keizersnede. De keizersnede kon zijn gedaan omwille van een bevalling, maar ook omwille van het verwijderen van de baarmoeder. Dit is voor gynaecologen de meest gebruikelijke operatietechniek voor beide ingrepen.

Bijna 900 vrouwen ontvingen een enquête over de eventuele klachten samenhangend met deze operatie. Ook nu weer waren we verbaasd over het hoge percentage chronische pijnklachten. Matig tot ernstige pijn werd gerapporteerd door 7% van de vrouwen, terwijl 9% aangaf in dagelijkse activiteiten door pijn in het litteken beperkt te zijn. Ook nu bleek in meer dan de helft van de gevallen de pijn te berusten op zenuwbeknelling, hetgeen we vaststelden door patiënten met ernstige pijn uitgebreid na te kijken. De conclusie was dan ook dat het vóórkomen van liespijn na een eerdere keizersnede een niet ongewone bevinding was.

   

Loos MJ, Scheltinga MR, Roumen RM.

Ann Surg. 2008 Nov;248(5):880-5. doi: 10.1097/SLA.0b013e318185da2e.

In deze studie doen we verslag van de chirurgische behandeling van patiënten met zenuwpijn (neuropathische pijn) na een eerdere keizersnede. De behandeling bestond in eerste instantie steeds uit het toedienen van injecties, al of niet gecombineerd met corticosteroïden. Dit was met blijvend gunstig resultaat toepasbaar bij 15% van de patiëntengroep. De overige patiënten werden geopereerd, waarbij in driekwart van de gevallen de resultaten uitstekend tot goed waren, in 14% matig en in 13% slecht. In een latere, nog niet gepubliceerde studie,  bij een grotere patiëntengroep konden dezelfde resultaten worden bevestigd. (Tim Verhagen, artikel voor publicatie aangeboden).

De conclusie is dan ook dat bij patiënten met pijn na een eerdere keizersnede die blijkt te berusten op een beknelling van de lieszenuwen, het opereren van deze zenuwen en het uitvoeren van een neurectomie zinvol is, indien een injectiestrategie niet slaagt.

   

Loos MJ, Scheltinga MR, Roumen RM.

Surgery. 2010 Feb;147(2):275-81.

Hier rapporteren wij de eerste behandelingsresultaten van de neurectomie bij patiënten met chronische liespijn na eerdere liesbreukchirurgie. Deze uitkomsten zijn vergelijkbaar met die zoals hierboven vermeld bij de keizersnedes. De helft van de overwegend mannen was pijnvrij na operatie, een kwart had een redelijk resultaat op de pijnbeleving en bij het overige kwart van de patiënten was er geen verbetering. Bovendien bleek uit onze analyse dat er bij de betrokken chirurgen (Roumen & Scheltinga) een leercurve effect was bij deze vorm van chirurgie.

 

Occupational disability due to chronic postherniorrhaphy neuralgia: a plea for tailored neurectomy.

Loos MJ, Lemmers ChHC, Heineman E,Scheltinga MR,  Roumen RM.

Tenslotte werd nog een studie uitgevoerd naar de impact van dergelijke liespijn na liesbreukchirurgie op werkgelegenheid en arbeidsongeschiktheid. Uit onze data bleek dat de helft van de patiënten die eerder arbeidsongeschikt waren geraakt door hun liespijn, na hun operatie waarbij een neurectomie al of niet gecombineerd met een matverwijdering werd uitgevoerd, weer terug konden keren in het arbeidsproces. Berekend wordt dat dit voor de Nederlandse gemeenschap enorme besparingen kan opleveren ten aanzien van de uitkeringsgelden. Daarmee is het uitvoeren van een neurectomie ook een sociaal economisch een zeer effectieve behandelingstrategie (artikel voor publicatie aangeboden).

   

T.Verhagen

Uit de analyse van de gegevens met betrekking tot pijnklachten bij patiënten met een keizersnede kwam naar voren dat een kleine groep patiënten cyclisch last heeft van een vervelende pijnlijke knobbel in het litteken, hetgeen blijkt te berusten op endometriose. Dit is een knobbel bestaande uit weefsel dat afkomstig is van het baarmoederslijmvlies, hetgeen mee reageert met de hormonale cyclische veranderingen van het lichaam. Afhankelijk van de plaats van een dergelijke knobbel kan dit leiden tot vervelende lokale pijnklachten. Wij beschreven de resultaten van onze behandelingstrategie bij 27 van dergelijke patiënten. Het is van belang om een dergelijke knobbel, die zich soms wat diffuus uitgebreider in het onderhuidse vetweefsel tot op de buikspier en schaambot bevindt, ruim en radicaal te verwijderen. Bij een kwart van de patiënten kwam namelijk na verloop van tijd toch een dergelijke zogenaamde recidief-knobbel met pijnklachten weer terug (artikel voor publicatie aangeboden).

   

Dysejaculatie.

T.Verhagen

Op basis van onze analyses en interviews met mannen die behandeld werden voor chronische liespijn na eerdere liesbreukchirurgie, bleek dat een belangrijk deel van deze mannen klaagde over een pijnlijke zaadlozing. Dit wordt in de medische literatuur dysejaculatie genoemd. De pijn kan variëren van kortstondig en matig tot langdurig en zeer intensief. Uiteraard is dit een zeer ernstig kwaliteit van leven beïnvloedende factor, waar tot op heden echter te weinig aandacht aan besteed is. Wij interviewden onze eerste 100 mannen met chronische pijn na liesbreukchirurgie die een neurectomie of een gedeeltelijke zenuwbehandeling met matverwijdering ondergingen. Op de eerste plaats bleek dat 1 op de 3 mannen dergelijke vervelende dysejaculatie klachten hadden, soms zodanig dat dit het seksuele leven volledig verstoorde. Na de door ons uitgevoerde operatie bleek dat bij 2 op de 3 mannen deze klachten waren verdwenen.

Dit is een zeer opvallende bevinding, waarover eigenlijk nog geen gegevens in literatuur bestaan. Dit artikel is nu voor publicatie aangeboden.

Wilt u een afspraak maken of heeft u vragen?

Buikpijn
(040) 888 85 51

Openingstijden
Maandag tot en met vrijdag
08.30 uur tot 17.00 uur

Routebeschrijving

Physical Examination - Injection